Onder de indruk van het wijdse van het Dwingeloosche heide vervolgen we vandaag ons Drenthepad avontuur.

Dwingeloosche-heide

 

 

In het Dwingelderveld liggen tientallen veenplassen. Deze vennen worden alleen gevoed door regenwater. Daardoor is het water voedselarm en kan zich hoogveen ontwikkelen. Op het veen groeien bijzondere planten als veenmos, beenbreek, lavendelheide en veenpluis. Het is een paradijs voor libellen en vlinders. Het Smitsveen is vermoedelijk een pingo-ruïne het lijkt een veenplas maar is in de laatste ijsstijd ontstaan.  Door de hevige regen van de afgelopen week is het waterpeil hoog . We gaan hink-stap-sprong van graspol naar graspol langs het Smitsveen. Het pad loopt langs twee grafheuvels uit de Bronstijd. Het zijn familiegrafheuvels waarin meerdere personen zijn bijgezet.

Doordat een markering ontbreekt missen we een afslag. Het paaltje blijkt in de sloot naast het fietspad te liggen. Na een reddingsactie is de markering ‘gereanimeerd’. Hij staat nu tijdelijk tegen een andere paal geleund omdat wij hem niet konden ingraven. De beheerder van dit stukje Drenthepad, als ook de boswachter van Natuurmonumenten zijn ingeseind om de paal weer even in te graven. Het paaltje diende ook als markering voor het Jacobspad en voor Ruiters en de Paard en wagen route.

Op het Dwingelderveld  grazen runderen en twee schaapskuddes. Aan de Benderse staat de Schaapskooi die onderdak biedt aan de beide kuddes van raszuivere Drentse heideschapen. Door begrazing wordt voorkomen dat de heide overwoekert raakt door gras en andere beplanting.